Prinsjesdag 2026: Toekomst box 3
Het kabinet heeft op Prinsjesdag de Tweede Kamer geïnformeerd over de mogelijke toekomst van de belastingheffing in box 3. Een definitieve keuze is daarbij nog niet gemaakt. De behandeling van de Wet Werkelijk rendement box 3 wordt daarom voorlopig aangehouden.
De discussie over box 3 speelt al langer. Sinds de invoering van het stelsel in 2001 wordt belasting geheven op basis van forfaitaire rendementen. Na uitspraken van de Hoge Raad is duidelijk geworden dat belastingplichtigen die in werkelijkheid minder rendement behalen dan het veronderstelde forfait, de mogelijkheid moeten hebben om dat aannemelijk te maken. Volgens het kabinet kent het huidige stelsel verschillende knelpunten. Bovendien leidt de mogelijkheid om het werkelijk rendement als uitgangspunt te nemen tot aanzienlijke budgettaire gevolgen. Daarom wordt al geruime tijd gewerkt aan een structurele herziening van box 3.
Wet werkelijk rendement box 3
Het wetsvoorstel wet werkelijk rendement box 3 is inmiddels door de Tweede Kamer aangenomen en was bedoeld om vanaf 2028 belasting te heffen over het daadwerkelijk behaalde rendement.
Het wetsvoorstel kent verschillende uitgangspunten. Zo kunnen kosten en verliezen onder voorwaarden worden meegenomen in de berekening van het rendement. Voor onroerende zaken wordt uitgegaan van een vermogenswinstbenadering. Dit betekent dat een waardestijging in beginsel pas in de belastingheffing wordt betrokken wanneer deze wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop van een tweede woning.
Tijdens de parlementaire behandeling is echter kritiek ontstaan op met name de vermogensaanwasbelasting die voor bepaalde vermogensbestanddelen zou gaan gelden. Ook zijn er zorgen over de gevolgen van het voorgestelde stelsel voor het investeringsklimaat.
Het kabinet wil daarom eerst bekijken hoe tot een breed gedragen oplossing kan worden gekomen. Daarbij worden verschillende mogelijkheden onderzocht.

Vier scenario’s voor de toekomst
De Minister en Staatssecretaris van Financiën hebben op Prinsjesdag een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over toekomst van box 3. In de brief worden vier mogelijke scenario’s beschreven.
1. Verbetering van de Wet Werkelijk Rendement Box 3
De eerste mogelijkheid is om het bestaande wetsvoorstel verder aan te passen. Hierbij wordt onder andere gedacht aan een zogenoemde carry-backregeling, een aanpassing van bepaalde parameters om de belastingdruk te verminderen en een betere fiscale behandeling bij levensgebeurtenissen, zoals een huwelijk of echtscheiding.
Daarnaast kunnen maatregelen worden genomen om duurzaam beleggen aantrekkelijker te maken en om start-ups en scale-ups fiscaal beter te behandelen. Volgens het kabinet lossen deze verbeteringen echter niet het fundamentele bezwaar tegen de vermogensaanwasbelasting op.
2. Invoering van het wetsvoorstel als tussenstap
Een tweede mogelijkheid is om de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028 in werking te laten treden. Vervolgens zou worden toegewerkt naar een volledig systeem van vermogenswinstbelasting met een mogelijke invoering vanaf 2030.
3. Behoud van het huidige stelsel tot 2030
Een derde route is om de Wet werkelijk rendement box 3 in te trekken. Het huidige forfaitaire stelsel, inclusief de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren, zou dan voorlopig blijven bestaan. Vervolgens zou vanaf 2030 rechtstreeks worden overgestapt naar een volledige vermogenswinstbelasting. Het voordeel hiervan is dat een tussen wordt voorkomen. Daar staat tegenover dat de huidige knelpunten langer blijven bestaan.
4. Versnelde overgang naar een vermogenswinstbelasting
De vierde mogelijkheid is een versnelde invoering van een vermogenswinstbelasting. Vanaf 2028 zouden financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties onder een vermogenswinststelsel kunnen vallen. Daarmee zou ongeveer 90% van het box 3-vermogen waarop sprake is van een waardeontwikkeling al onder deze systematiek vallen.
Vanaf 2030 zou vervolgens ook voor de overige vermogensbestanddelen een volledige vermogenswinstbelasting kunnen worden ingevoerd. Deze aanpak sluit sterker aan bij belastingheffing bij realisatie, maar vraagt veel van belastingplichtigen en heeft volgens het kabinet grote gevolgen voor de uitvoerbaarheid en handhaving.
Gevolgen voor belastingplichtigen
Voorlopig blijft de toekomst van box 3 onzeker. Het kabinet heeft nog geen definitieve keuze gemaakt en wil eerst verder overleggen met de Tweede en Eerste Kamer.
Voor belastingplichtigen betekent dit dat het bestaande box-3-stelsel voorlopig van belang blijft. Een structurele hervorming van box 3 lijkt nog steeds op de agenda te staan, maar over de exacte vorm en het moment van invoering bestaat vooralsnog geen zekerheid. Voor bezitters van spaargeld, beleggingen en onroerend goed blijft het daarom belangrijk de ontwikkelingen rondom box 3 nauwlettend te volgen.