Youngtimerregeling en pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s
Youngtimerregeling
Het kabinet bouwt de youngtimerregeling geleidelijker af, zodat autobedrijven en ondernemers minder abrupt geraakt worden door stijgende kosten. Deze leeftijdsgrens gaat in 2027 van 16 naar 17 jaar. Per 2028 geldt voor elke auto dat de youngtimerregeling pas kan worden toegepast als de leeftijdsgrens van 20 jaar is overschreden. Dat leidt dus tot het wegvallen van de youngtimerregeling voor auto’s die in 2027 de leeftijdsgrens van 17, 18 of 19 jaar hebben overschreden, maar nog niet de leeftijdsgrens van 20 jaar. De eerdere verhoging van de leeftijd van auto’s in de youngtimerregeling naar 25 jaar gaat niet door.
Pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s
De pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s treedt op 1 januari 2027 in werking, zoals vastgelegd in het Belastingplan 2026. Deze heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de fossiele personenauto. Werkgevers betalen de heffing als zij zo’n auto ook voor privégebruik aan werknemers beschikbaar stellen. Woon-werkverkeer valt hier ook onder. Het kabinet stelt nu enkele aanpassingen voor om problemen die zijn opgemerkt te verminderen. Onder fossiele personenauto’s wordt verstaan auto’s die deels of volledig rijden op benzine of diesel.

Vervangend vervoer bij onderhoud en reparatie
De pseudo-eindheffing is niet van toepassing op een vervangende fossiele personenauto die een werknemer privé gebruikt vanwege onderhoud of reparatie van de vaste auto. Deze uitzondering geldt als de vervangingsperiode maximaal veertien dagen per onderhouds- of reparatieperiode duurt. Een bandenwissel of schadeherstel valt hier ook onder. Wordt de termijn van veertien dagen overschreden, dan is de pseudo-eindheffing verschuldigd vanaf de vijftiende dag dat de vervangende auto ter beschikking is gesteld.
De pseudo-eindheffing geldt dan voor de gehele kalendermaand waarin de vijftiende dag valt. De uitzondering geldt niet wanneer de vaste auto niet voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, maar de vervangende auto juist wel voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld.
Uitzondering voor lesauto’s
Voertuigen zonder CO₂-uitstoot hebben doorgaans een automatische transmissie. Daarom worden auto’s met handgeschakelde transmissie, die worden gebruikt voor rijles, uitgezonderd van de pseudo-eindheffing. Deze maatregel voorkomt dat het aanbieden van handgeschakelde lesauto’s wordt ontmoedigd, wat de rijvaardigheid van nieuwe automobilisten kan beperken.
Termijn overgangsrecht
Het overgangsrecht voor auto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld, wordt verlengd tot en met 31 december 2030 (was 16 september). Dit voorkomt administratieve lasten door een einde halverwege een maand of jaar. De verlenging sluit ook beter aan bij de regeling privégebruik auto, die ook per kalenderjaar is.
Incidentele terbeschikkingstelling
Ook komt er een nieuwe uitzondering voor tijdelijk gebruik van auto’s, zoals huur- of deelauto’s. Een werkgever mag per kalenderjaar één keer een fossiele personenauto maximaal zeven aaneengesloten dagen privé beschikbaar stellen zonder de heffing te betalen. Dit geldt per fossiele auto per werkgever en per kalenderjaar. Als dezelfde auto in hetzelfde jaar aan een andere werknemer of voor een tweede periode privé wordt gebruikt, geldt de uitzondering niet. De werkgever betaalt dan de heffing over de betreffende maanden. Deze uitzondering stopt op 31 december 2030.
Bij deze pseudo-eindheffing wordt het woon-werkverkeer als privégebruik aangemerkt. Dit is een afwijking ten opzichte van de fiscale bijtelling voor de werknemer. Daar wordt het woon-werkverkeer als zakelijk aangemerkt.