Door: Redouan Ameziane, belastingadviseur bij Scab.
Mobiliteit is onmisbaar in de bouw. Werknemers rijden dagelijks naar bouwplaatsen, klanten en projecten, vaak met een auto van de zaak. Vanaf 2027 geldt een pseudo-eindheffing van 12% op fossiele personenauto’s die door de werkgever ook voor privégebruik ter beschikking worden gesteld.
De maatregel is bedoeld als financiële prikkel om sneller over te stappen op emissievrije auto’s. Voor bouwbedrijven kan dit echter leiden tot aanzienlijke extra loonkosten, zeker als meerdere projectauto’s structureel mee naar huis gaan. In dit artikel wordt uitgelegd wanneer de heffing geldt, hoe woon-werkverkeer wordt beoordeeld en hoe typische bouwsituaties fiscaal uitpakken.
De kern van de regeling
De pseudo-eindheffing bedraagt 12% per jaar en is verschuldigd door de werkgever als:
- een personenauto ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer (waaronder ook een DGA);
- de auto fossiel of hybride is (dus geen volledig emissievrije auto);
- de auto ook voor privédoeleinden mag worden gebruikt (woon-werkverkeer = privégebruik).

⚠️ Let op – afwijking van de normale loonbelastingregels
Voor de loonbelasting geldt woon-werkverkeer normaal gesproken als zakelijk gebruik.
Voor de pseudo-eindheffing is dit expliciet anders. Voor deze specifieke regeling wordt woon-werkverkeer aangemerkt als privégebruik.De heffing wordt berekend over de waarde van de auto (meestal de catalogusprijs inclusief BPM) en geldt per kalendermaand. Staat de auto in een maand ook maar één dag ter beschikking voor privégebruik, dan telt die hele maand mee.
Belangrijk: de pseudo-eindheffing is een werkgeversheffing. Deze mag niet worden doorberekend aan de werknemer en komt volledig ten laste van het bedrijf.
Vanaf wanneer geldt de pseudo-eindheffing?
De regeling geldt vanaf 1 januari 2027 en ziet op nieuwe terbeschikkingstellingen van auto’s vanaf die datum. Voor personenauto’s die al vóór 2027 aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030. Het overgangsrecht vervalt echter zodra sprake is van een nieuwe terbeschikkingstelling, bijvoorbeeld bij wisseling van werkgever of bij een andere auto. Voor bouwbedrijven die in 2026 het wagenpark vernieuwen of herstructureren, is dit dus een belangrijk aandachtspunt.
Woon-werkverkeer: ruim begrip, ook in de bouw
Voor de vraag of sprake is van privégebruik, sluit de regeling aan bij het begrip woon-werkverkeer zoals dat in de btw wordt gebruikt. Dat begrip is ruimer dan vaak wordt gedacht.
Van woon-werkverkeer is sprake bij het reizen tussen:
- de woning of verblijfplaats van de werknemer, en;
- de vaste werkplaats(en) waar de werknemer zijn werkzaamheden verricht.
Daarbij geldt:
- de middels overeenkomst overeengekomen vestigingsplaats van de werkgever (kantoor, loods, werkplaats) geldt als vaste werkplaats;
- er kunnen meerdere vaste werkplaatsen zijn;
- een vaste werkplaats hoeft niet permanent te zijn, maar kan ook voor een projectperiode gelden.
- Als een vaste werkplaats niet in een overeenkomst is overeengekomen, dan geldt dat alle reizen van en naar een bedrijfsadres van de ondernemer als woon-werkverkeer kwalificeren.
Voor de pseudo-eindheffing wordt woon-werkverkeer altijd aangemerkt als privégebruik. Dat is een cruciaal verschil met hoe ondernemers hier in de praktijk vaak naar kijken.
Voor welke auto’s geldt de heffing?
De pseudo-eindheffing geldt uitsluitend voor personenauto’s (categorie M1).
Dat betekent:
- wel: reguliere personenauto’s, SUV’s, hybride personenauto’s;
- niet: bestelauto’s, vrachtwagens en andere voertuigen die niet als personenauto zijn geregistreerd.
En het grijze kenteken?
Auto’s met een grijs kenteken zijn in de regel bestelauto’s (N1). Deze vallen buiten de pseudo-eindheffing. Voor bouwbedrijven is dit relevant: veel service- en montagevoertuigen blijven daarmee buiten schot, zolang het inderdaad om een bestelauto gaat en niet om een als personenauto geregistreerd voertuig.
Financiële impact: rekenvoorbeeld
De pseudo-eindheffing kan leiden tot aanzienlijke extra kosten voor de werkgever. In onderstaande tabel zie je een voorbeeld voor een fossiele personenauto die ook voor privégebruik (waaronder woon-werkverkeer) ter beschikking wordt gesteld.
In dit voorbeeld is geen rekening gehouden met heffingskortingen, inkomensafhankelijke effecten of andere persoonlijke omstandigheden van de werknemer.

Het voorbeeld laat zien dat de pseudo-eindheffing kan uitgroeien tot een structurele en aanzienlijke kostenpost.
Praktijksituaties in de bouw
1. Werknemer rijdt direct van huis naar de klant
Denk aan servicemonteurs of onderhoudsmedewerkers die vanuit huis naar wisselende klantlocaties rijden.
Als er geen vaste werkplaats is en de werknemer dagelijks naar wisselende locaties rijdt, is er in beginsel geen sprake van woon-werkverkeer. In dat geval kan het gebruik als zakelijk worden aangemerkt.
Maar let op: als de auto mee naar huis gaat en er geen strikt gehandhaafd verbod op privégebruik is, loopt het bedrijf alsnog het risico dat de auto fiscaal als “voor privédoeleinden ter beschikking gesteld” wordt gezien.
2. Werknemer rijdt van huis naar de bouwplaats
Dit is een veelvoorkomende situatie in de bouw en tegelijk een risicovolle.
De fiscale beoordeling hangt af van de vraag of de bouwplaats kwalificeert als vaste werkplaats:
- Werkt de werknemer gedurende langere tijd hoofdzakelijk op één projectlocatie? Dan ligt het voor de hand dat deze bouwplaats als vaste werkplaats geldt. De rit van huis naar de bouwplaats is dan woon-werkverkeer en dus privégebruik.
- Gaat het om kortdurende of sterk wisselende projecten zonder vaste basis? Dan is eerder sprake van wisselende werkplekken en niet van woon-werkverkeer.
In de praktijk kijkt de Belastingdienst vooral naar de feitelijke situatie: planningen, projectduur, werkopdrachten en interne communicatie.
3. Werknemer rijdt eerst naar kantoor of loods
Rijdt een werknemer met de auto van de zaak van huis naar het kantoor, de werkplaats of de loods van het bedrijf, dan is dit meestal woon-werkverkeer. De vestigingsplaats van de werkgever geldt namelijk per definitie als vaste werkplaats voor zover dit is overeengekomen. Als de auto ook mee naar huis mag, valt dit onder privégebruik en kan de pseudo-eindheffing van toepassing zijn.
4. De ondernemer met een eenmanszaak
Voor de IB-ondernemer (eenmanszaak of zzp’er) geldt de pseudo-eindheffing niet voor de auto die hij zelf gebruikt. De regeling is immers een loonheffing en ziet op de verhouding werkgever-werknemer.
Heb je als eenmanszaak echter personeel en stel je aan werknemers een fossiele personenauto ter beschikking, dan kan de heffing wel degelijk aan de orde zijn.
Wanneer is sprake van “ter beschikking stellen”?
De wet kijkt niet alleen naar eigendom. Ook bij:
- leaseauto’s,
- huurauto’s,
- poolauto’s,
- of situaties waarin alle autokosten door de werkgever worden gedragen,
kan sprake zijn van terbeschikkingstelling, als de werknemer feitelijk over de auto kan beschikken.
Hoe kun je de pseudo-eindheffing voorkomen?
Voor bouwbedrijven zijn er in de praktijk drie routes:
1. Overstappen op emissievrije auto’s
Volledig elektrische auto’s en waterstofauto’s vallen buiten de regeling. Dit is fiscaal de meest zekere oplossing, maar vraagt uiteraard om investeringen en laadvoorzieningen.
2. Auto strikt zakelijk houden
Dit vereist méér dan een bepaling op papier. Nodig zijn onder meer:
- een expliciet verbod op privé- en woon-werkgebruik;
- fysieke en organisatorische maatregelen (bijvoorbeeld sleutelbeheer);
- een sluitende rittenregistratie;
- en daadwerkelijke controle en handhaving.
Zonder handhaving is het risico groot dat de Belastingdienst privégebruik aanneemt.
3. Alternatieven voor de auto van de zaak
Denk aan kilometervergoedingen of mobiliteitsbudgetten.
Tot slot
De pseudo-eindheffing van 12% lijkt op het eerste gezicht een abstracte milieumaatregel, maar raakt de bouwpraktijk direct. Juist door projectmatig werken, wisselende bouwplaatsen en auto’s die mee naar huis gaan, lopen bouwbedrijven sneller tegen deze heffing aan dan zij misschien verwachten.
Wie tijdig het wagenpark, het autobeleid en de feitelijke werkwijze onder de loep neemt, kan onaangename verrassingen voorkomen. 2026 is daarbij een cruciaal voorbereidingsjaar.
Meer weten? Scab helpt!
Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Redouan Ameziane, belastingadviseur bij Scab. Bel 013-583 6734 of stuur een mailtje naar rameziane@scabadvies.nl. We helpen je graag verder.